Angst

Bange kinderen

Het ene kind vindt sneller iets eng of spannend dan het andere kind. Dit is goed te merken in de sinterklaastijd: voor de meeste kinderen een leuke en spannende periode, voor sommige kinderen net iets té spannend. Sinterklaas ziet er vreemd uit met zijn grote baard en lange kleren en ook de Pieten met hun zwartgemaakte gezicht en onverwachte bewegingen laten hen schrikken.

Kinderen kunnen op verschillende manieren laten merken dat ze ergens bang voor zijn. Sommigen krijgen buikpijn, kruipen dicht tegen hun ouders aan of gaan huilen. Anderen laten niet zoveel merken, maar gaan ineens weer in hun bed plassen. Het kan ook zijn dat kinderen in een spannende periode snel boos worden of een driftaanval krijgen of juist heel stoer gedrag laten zien. Kinderen spelen een spannende gebeurtenis vaak na; dit is voor hen een manier om iets te verwerken.

Veel angsten die bij kinderen voorkomen zijn normaal voor de leeftijdsfase. Een kind van 0-2 jaar kan angstig zijn als zijn ouder niet in de buurt is of als hij dingen meemaakt die nieuw voor hem zijn. Bijvoorbeeld een grote hond die hem nadert of een hard geluid van een boormachine. Kinderen tot ongeveer 4 jaar zijn vaak bang voor donker, natuurgeweld, griezels en enge beesten.
Kinderen van 4-8 jaar vinden het nog spannend om alleen thuis te zijn, zijn soms ook bang voor spoken en monsters. Sommigen zijn bang voor andere kinderen.
Als kinderen ouder worden kan het zijn dat ze bang zijn om iets fout te doen: ze hebben dan last van faalangst. Hiernaast kunnen kinderen bang zijn voor dingen die zouden kunnen gebeuren: "stel-je-voor-dat" angsten. Angst voor de dood ontstaat ook in deze leeftijdsfase.

De angst die een kind voelt, is echt. In zijn belevingswereld bestaan die spoken ook echt. Het helpt het kind niet om de angst te ontkennen of te bagatelliseren; kinderen kunnen zich dan, naast hun angst, ook nog onbegrepen voelen. Vaak gaan angsten vanzelf over omdat het een angst is die bij een bepaalde leeftijdsfase hoort en het kind er vanzelf overheen groeit.

Tips om uw kind om te leren gaan met angstgevoelens

  • Neem de angst van uw kind serieus en praat er met hem over
  • Probeer te achterhalen waar uw kind bang voor is en breng het onder woorden
  • Laat uw kind rustig wennen aan een nieuwe situatie of aan een spannend iets
  • Leg dingen uit: laat bijvoorbeeld zien waar dat harde geluid vandaan komt
  • Vermijd dingen niet, maar help uw kind stapje voor stapje zijn angst te overwinnen
  • Bereid uw kind voor op nieuwe situaties. Neem hem bijv. mee naar de tandarts
  • Laat uw kind tekenen wat hij eng vindt of speel samen iets na
  • Vraag in de jeugdbibliotheek naar boeken over een bepaald (angst)thema en lees het (prenten)boek voor aan uw kind

Wanneer uw kind gedurende langere tijd vaak angstig is, kan het een idee zijn om eens met een deskundige te bespreken hoe u met het angstgedrag om kan gaan.